Inhoud
Historiek
Filosofie
Doelstellingen
Doelgroepen
Methodiek: ervaringsleren
Bibliografie

...[leave no trace]...


Historiek
Bij de oprichting in 1996 stond een kritische reflectie ten overstaan van de evolutie van het outdoor-gebeuren centraal. Op basis van ervaring en opleiding werden vragen gesteld bij een aantal fundamentele aspecten bij de evolutie van het groeiende aanbod in avontuurlijke en natuurgebonden programma's.

Filosofie
Doelstellingen
NATURE [Outdoor Training & Education] wil in de eerste plaats een waardevol en ethisch verantwoord vrijetijdsaanbod voor kinderen, jongeren en jong-volwassenen (tussen 10 en 30 jaar) aanreiken. Het aanbod beslaat een waaier van hoofdzakelijk meerdaagse outdoor-programma's, waarin een aantal accenten centraal staan:

Aansluitend wenst NATURE [Outdoor Training & Education] haar ervaring ter beschikking van jeugdverenigingen en jeugdwerkers te stellen. Vanuit het jeugdwerk ontstaat er immers een groeiende interesse voor avontuurlijke en natuurgebonden werkvormen (al dan niet met vormingsdoeleinden). Maar jeugdwerkers beschikken niet altijd over de juiste achtergrond om dergelijke activiteiten op een veilige manier in hun werking te introduceren.
De kadervormingen willen die jeugdwerkers de nodige kennis en ervaring aanreiken.
Doelgroepen
Het aanbod is specifiek gericht op jeugdwerk, met name kinderen en jongeren tussen 8 en 30 jaar. De deelname aan de activiteiten dient zich steeds in de vrijetijdssfeer van de jeugd te situeren en gebeurt op vrijwillige basis. De huidige werking steunt hoofdzakelijk op de werking met de volgende doelgroepen:

Methodiek: ervaringsleren
Ervaringsleren is, simplistisch gesteld, leren door doen. Het is een proces waardoor men doorheen rechtstreekse ervaring kennis opbouwt, vaardigheden verwerft en waarden opbouwt (Association of Experiential Education, 1995). ervaringsleren vindt plaats wanneer men zich in een activiteit betrekt, men op deze activiteit kritisch terugblikt, men uit die analyse waardevolle inzichten verwerft en men het resultaat incorporeert in een verandering in mening en/of gedraging. ervaringsleren is gebaseerd op de veronderstelling dat kennis begint bij de persoonlijke relatie tot het onderwerp. De doeltreffendheid van ervaringsleren is afgeleid uit de stelregel ‘dat niets relevanter voor ons is dan onszelf’. Persoonlijke reacties, observaties en inzichten zijn met andere woorden belangrijker dan de mening van derden. ervaringsleren is een filosofische richting in onderwijzen en leren, die de link tussen concrete, opvoedende activiteiten en abstracte lessen waardeert en ondersteunt, teneinde het leerproces te maximaliseren (Sakofs, 1986). Het grootste voordeel van ervaringsleren is allicht het verschaffen van een gevoel eigenaar van het geleerde te zijn. Het betekent een meerwaarde in de interesse en betrokkenheid van de deelnemers, maar het draagt vooral bij tot de relevantie van het geleerde. Het ultieme resultaat is dat deelnemers de verantwoordelijkheid voor hun eigen leren en gedrag aanvaarden, eerder dan die verantwoordelijkheid aan een derde over te laten. Specifieke principes van ervaringsleren die aangepast werden van Association of Experiential Education, 1995; Kraft & Sakofs, 1985; en Weil & McGill, 1989, worden in tabel 1 voorgesteld.

Tabel 1: Principes van ervaringsleren
Het individu is deelnemer in het leerproces, eerder dan toeschouwer.
ervaringsleren vindt plaats wanneer bedachtzaam geselecteerde activiteiten ondersteund worden door reflectie, kritische analyse en synthese.
Het geleerde moet over zowel huidige als toekomstige relevantie voor de deelnemer en de maatschappij waarin hij participeert, beschikken.
De deelnemer is doorheen het ervaringsgerichte leerproces actief betrokken bij het stellen van vragen, het onderzoeken, het experimenteren, het oplossen van problemen, het opnemen van verantwoordelijkheid en het creatief denken.
Deelnemers zijn intellectueel, emotioneel, sociaal en/of fysiek betrokken. Deze betrokkenheid veroorzaakt een authentieke perceptie van de leeropdracht.
Deelnemers kunnen mogelijk succes, mislukking, avontuur en onzekerheid ervaren, aangezien de uitkomst van de opdracht niet volledig voorspeld kan worden.
De hoofdrol van opvoeders en begeleiders omvat: het structureren van aangepaste activiteiten, problemen voorleggen, grenzen opzetten, de deelnemers ondersteunen, fysieke en emotionele veiligheid verzekeren en het leerproces faciliteren.
Begeleiders dienen spontane leermogelijkheden te herkennen en te ondersteunen.
Het opzet van de activiteiten behelst de mogelijkheid om te leren uit natuurlijke gevolgen, mislukkingen en/of succes.
Deelnemers ontwikkelen een diepgaand inzicht in hetgeen de theorie in de praktijk kan betekenen.
Het resultaat van het leerproces is persoonlijk en vormt de basis voor toekomstige ervaringen en leren.
Relaties worden ontwikkeld en gevoed: deelnemer tot 'self', deelnemer tot anderen en deelnemer tot de wereld.
Opvoeders en begeleiders streven ernaar om zich bewust te worden van hoe hun houding, mening en vooroordelen, de deelnemers beïnvloeden.
Deelnemers verhogen hun bewustwording van hoe hun persoonlijke waarden en opvattingen hun gedrag en handelingen beïnvloeden.
Opvoeders en begeleiders kiezen een multidisciplinaire aanpak voor real-life problemen.
Deelnemers krijgen de kans om te herkennen dat institutionele, sociale en culturele factoren er de oorzaak van kunnen zijn dat mensen zich gedragen op een manier die niet overeenstemt met hun intenties.
De Cyclus van het ervaringsleren
E rvaringsleren is een benadering van opvoeding en therapie die in de afgelopen 20 jaar sterk aan populariteit heeft gewonnen. Ondanks deze relatieve bekendheid, is ervaringsleren een concept gebleven dat gemakkelijker te ervaren dan uit te leggen valt. Het omhelst tevens verschillende perspectieven vanuit een breed palet van disciplines, zoals de traditionele en alternatieve opvoedkunde, orthopedagogie, therapie, sociaal-cultureel werk, teambuilding en bedrijfstraining. Alhoewel theoretische modellen van ervaringsleren sterk verschillen van auteur tot auteur (Dewey, 1938; Joplin, 1986; Kolb, 1984), wordt algemeen aanvaard dat de ervaringsleren -cyclus uit vier fases bestaat. Deze worden hieronder overlopen:
Leren doorheen Avontuur
Algemeen beschouwd is leren doorheen avontuur een opvoedkundig en/of therapeutisch programma, waarin fysiek en/of emotioneel belastende avontuurlijke activiteiten gebruikt worden om binnen een kader van veiligheid en het ontwikkelen van vaardigheden, intra- en interpersoonlijke ontwikkeling te stimuleren (Bagby & Chavarria, 1980). Voorbeelden van avontuurlijke activiteiten, aanbevolen door Ewert (1989), zijn o.a. rotsklimmen, touwenparcours, mountainbike en trektochten.
Bibliografie