Avontuurlijke vrijetijdsbesteding zit al enkele jaren in de lift. Meer en meer mensen vinden hun weg naar natuursporten als klimmen, speleologie, mountainbike of kajak. Het succes van een beurs als Adventure Affair getuigt van deze tendens. Avontuur is vandaag meer dan ooit bereikbaar geworden. Een schoolsportdag zonder afvaart van de Lesse of avonturentocht is haast ondenkbaar geworden.
Helaas heeft dit niet alleen positieve gevolgen: om in te spelen op dit sterk opkomend marktsegment, schieten de buitensportorganisaties als paddestoelen uit de grond. Op zich niets verontrustend natuurlijk, ware het niet dat commerciële belangen de functie en het belang van de natuur in de buitensport anders dreigen in te kleuren. Verder moet men zich de vraag durven stellen in welke mate de veiligheid van de deelnemers in de huidige, haast ongereglementeerde, context gewaarborgd kan worden.
Deze explosieve groei vroeg en smeekt nog steeds naar een aantal maatregelen om zowel de natuur als diegenen die haar opzoeken te beschermen tegen de druk van commerciële waanzin.
Wettelijke bepalingen en een gereglementeerde erkenning van de gekwalificeerde buitensportbegeleider zullen allicht niet voor morgen zijn.
Natuursporten vonden veelal hun oorsprong uit een bepaalde menselijke behoefte. Zo zijn de kajak of de mountainbike het antwoord op een specifieke situatie omtrent personentransport. Je kan dus stellen dat, in dit geval, natuur (rivier, met gewone fiets moeilijk berijdbaar terrein) gebruikt werd ter voldoening van een menselijke behoefte. En dit is vandaag nog zo, behalve dat de oorspronkelijke behoefte verworden is tot een hedendaagse consumptie-behoefte. Zo ligt er op het toeristische deel van de Lesse een vloot van een 3.500-tal boten klaar om in te spelen op je ontspanningsbehoefte. De Lesse wordt trouwens beheerd als een modern sportcomplex, met inbegrip van sanitaire voorzieningen, cafetaria's en fritkotten. En niet alleen op start- en aankomstplaats, maar ook onderweg vind je een aantal buffetten waar de dorstige zijn dorst kan laven...
Anders is het met speleo of klimmen. Hier is het moeilijker de achterliggende gronden die tot verticale voortbeweging uitnodigden, te achterhalen. Dat innerlijke verkenning van de eigen grenzen, nieuwsgierigheid en natuurexploratie achterliggende factoren waren, lijkt aannemelijk. Vandaag de dag neemt natuurexploratie en grotbescherming, in speleofederaties en -clubs een primordiale plaats in. En dit als antwoord op de accentverschuiving van innerlijke naar uiterlijke beleving die zich ook in deze sport liet waarnemen. Want het is nog niet zo lang geleden dat volle bussen, tegen betaling, onder minimale begeleiding in grotten werden gedropt. Met alle gevolgen van dien: zowel voor de grotten (plundering van natuurlijke rijkdommen als stalactieten en stalagmieten, aanbrengen van graffiti, achterlaten van allerhande verpakkingen gaande van bierflesjes tot maandverband enz.), als voor de bezoekers (lange wachttijden, onaangepaste begeleiding en ongevallen).
Commerciële belangen hebben het wezenlijk element 'natuur' in de natuurgebonden sporten volledig geherdefinieerd. Waar de mens ooit op zoek ging naar middelen om zich efficiënter doorheen de natuur te begeven, is hij nu op zoek naar middelen om de natuur zodanig in te richten dat zij optimaal tegemoet kan komen aan de drang naar avontuur van zoveel mogelijk klanten. Sommige rivieren werden zelfs van artificiële stuwtjes en stroomversnellingen voorzien om het spektakelgehalte van een afvaart te garanderen.
Het werd hoog tijd dat het onbelemmerd uitbuiten van natuurlijke rijkdommen aan banden werd gelegd. De U.B.S. ging over tot het plaatsen van stevige en van sloten voorziene hekken in de door haar beheerde initiatiegrotten, grotten die m.a.w. geschikt zijn voor een -al dan niet commerciële- kennismaking. De sleutels worden enkel ter beschikking van speleoclubs en clubleden gesteld, of aan buitensportorganisaties die aan bijkomende voorwaarden inzake opleiding moeten voldoen. Daarenboven heeft de U.B.S. in samenwerking met de V.V.S. een deontologische code uitgevaardigd voor wat de gidsingen (=het initiëren van niet-speleologen) betreft. Zo mag een groep omwille van veiligheidsvoorschriften maar maximum 10 leden tellen en moeten zij begeleid worden door één erkende gids per vijf deelnemers. De gids is daarenboven verplicht een woordje uitleg te verschaffen omtrent grotbescherming en omtrent de geologische en biologische aspecten van de grot.
Een aantal buitensportorganisaties hoeft zich hier echter niets van aan te trekken: doordat zij zelf eigenaar of huurder van een grot zijn, kunnen zij er hun eigen regels uitvaardigen. Als klant mag je je daar in het beste geval aan één gids per twaalf deelnemers verwachten; in het slechtste aan één per 25, terwijl er in dezelfde grot nog twee andere groepen van 25 personen ronddolen. Over de opleiding en didactische achtergrond van sommige gidsen kan men kort zijn: er is er geen.
En ook de overgrote meerderheid der klimrotsen werden in de loop der jaren onder het beheer van een drietal bergsportfederaties (Belgische AlpenClub - Club Alpin Belge, Vlaamse BergsportFederatie en de Natuurvrienden) verzameld, zodat ook hier de toegang tot de massieven voornamelijk voor eigen leden kon worden gereserveerd. Sommige massieven mogen, tegen betaling, ook door niet-leden betreden worden. Zo betaal je als volwassene 400 BeF voor een dagje klimmen te Freyr (begeleiding en materiaal zijn niet inbegrepen).
Maar ook hier bleven de grote buitensportorganisaties buiten schot. Door hun kapitaalkrachtigheid en hun lokale politieke contacten verwierven zij, hetzij hun eigen klimmassief, hetzij de toelating een gemeentelijk massief te gebruiken. In sommige gemeenten is zo'n buitensportcentrum dermate belangrijk voor het lokaal economisch welvaren dat het plaatselijk gemeentebestuur het onrechtmatig betreden van provinciaal natuurreservaat gewillig door de vingers zien.
Er restte de wetgever enkel nog de toegankelijkheid van bossen en waterlopen aan banden te leggen. Dit gebeurde dan ook. De mogelijkheden voor mountainbikers, paardrijders en motorsporters werden bijgeschroefd en het in- en uitstappen van de kajak is enkel nog op welbepaalde plaatsen en tijdstippen toegestaan.
Maar ook de natuursportsector bleef niet met lede ogen toezien. De B.F.N.O., een federatie die de belangen van de grootste profit organisaties behartigt, besteedde in haar gedragscode de nodige aandacht aan natuurvriendelijkheid en veiligheid. Spijtig genoeg heeft de ondertekening van deze code door de B.F.N.O.-leden in de praktijk maar weinig te betekenen. Alle bovengenoemde misbruiken werden immers opgetekend in organisaties die deel uitmaken van het B.F.N.O. Zonder echter alle B.F.N.O.-leden over dezelfde kam te willen scheren of de eerbare bedoelingen die aan de basis van de gedragscode liggen, in twijfel te willen stellen, mag de vraag gesteld worden wat het nut is van dergelijke code zonder overkoepelend en vooral onafhankelijk controle-orgaan.
Bij de evaluatie van de veranderingen die deze reeks reglementen en restricties heeft teweeggebracht, moet worden nagegaan of het beoogd resultaat bereikt werd. Want enerzijds is het zo dat organisaties die over en weer tussen Vlaanderen of Nederland en de Ardennen of de Condroz pendelen eindelijk door allerhande instanties aan controle onderworpen zijn, maar anderzijds blijven 'stationaire' buitensportcentra echter veilig buiten schot: zij beschikken over al het nodige (privé-rotsen, -grotten, -steengroeves, -bossen) waarmee ze naar believen kunnen rotzooien en lachen heimelijk in hun vuistje met de problemen van de concurrentie.
Inzake veiligheid bevindt de buitensportsector zich nog steeds in een jungle, waar alles kan en mag. Naar buiten toe gebruikt haast elke organisatie de term 'veiligheid' in een sloganeske reclamevorm, maar intern beschikt men zelfs vaak niet eens over opgeleide en gespecialiseerde mensen om die term ook daadwerkelijk inhoud mee te geven. Vanuit een zuiver economische benadering betekent veiligheid daarenboven een belangrijke onkostenpost met weinig 'return on investment'.
Er bestaat geen enkele wettelijke bepaling die de veiligheid in de buitensportsector reglementeert en doordat de deelnemer aan avontuurlijke activiteiten doorgaans niet in staat is om de eventuele objectieve gevaren waaraan hij zich blootstelt, deskundig in te schatten, wordt de organisatie ook economisch niet verplicht om de deelnemer ideale veiligheidsomstandigheden aan te bieden.
Er blijft zowel in het profit als in het non profit-natuursportgebeuren een prangende nood aan doorgedreven professionalisme. In deze context is de Franse reglementering inzake buitensportbegeleiding ongetwijfeld beter aangepast aan de noden. De toch niet risicoloze buitensporten kunnen er enkel begeleid worden door staatsgediplomeerde en dus bekwame begeleiders. In hun opleiding zitten, naast de voor de hand liggende technische, didactische en pedagogische scholing, tevens natuurbescherming en wetgeving vervat.
Ook binnen jeugdverenigingen is het vrij eenvoudig om de groeiende populariteit van
avontuurlijke activiteiten te onderkennen.
Het uitdagende en natuurgebonden karakter van dergelijke activiteiten ligt immers volledig
in de lijn van de historische grondslag van de jeugdbeweging: touwenparcours worden bijvoorbeeld
algemeen beschouwd als waardevolle en karaktervormende opdrachten, die de mentale en fysieke
weerbaarheid van de jongere ten goede komen.
Maar -helaas- ontsnappen ook de jeugdverenigingen niet aan de minder aangename gevolgen van de
avonturen-boom. Ongevallen met death-rides en andere potentieel gevaarlijke activiteiten zijn
ondertussen legio en noopten de verzekeraars van sommige landelijke jeugdverenigingen tot
drastische actie: aan dergelijke activiteiten werden bijkomende opleidingsvoorwaarden gekoppeld, zonder
dewelke eventuele ongevallen buiten de verzekeringspolis dreigden te vallen. Deze maatregel,
gekoppeld aan de beperkte toegankelijkheid van rotsmassieven, rivieren en grotten, vertekende het
beeld van natuurgebonden en avontuurlijke activiteiten binnen jeugdverenigingen: waar elke lokale
afdeling vroeger wel over een specialist van het huis beschikte, is diezelfde specialist
tegenwoordig meer en meer aangewezen op samenwerking met natuursportorganisaties.
Door de onbestaande wetgeving inzake het aanbieden van natuursporten, kan men zich de vraag stellen
of de jeugdvereniging nu beter gewapend is tegen ongevallen...
In de huidige context is het, vooraleer men zich als jeugdwerker inlaat met het organiseren en/of
begeleiden van natuurgebonden en avontuurlijke activiteiten, aangewezen om een degelijke
opleiding te genieten.
Een aangepast totaalpakket
De vormingen bestaan uit diverse modules, die betrekking hebben op sterk uiteenlopende,
maar fundamentele aspecten van avontuurlijke sporten en activiteiten. Sommige modules
(ervaringsgericht leren of veiligheidsmanagement bv.) zijn daarenboven niet enkel van toepassing
binnen natuurgebonden sporten, maar tevens binnen de ruimere werking van jeugdverenigingen.
Het pakket omvat naast praktische hands on sessies, tevens een aantal theoretische cursussen
ter ondersteuning van het veldwerk.
Praktische sessies
Een basisvoorwaarde voor het garanderen van de fysieke en emotionele veiligheid van deelnemers aan
outdoor-programma's, bestaat uit het hanteren van de juiste technieken: knopen, installaties, etc.
Deze technische kennis dient echter te kaderen binnen een ruimer veiligsheidsperspectief, waarin
ondermeer het herkennen en voorkomen van risico-situaties, en het aanpassen van activiteiten aan de
intrinsieke mogelijkheden van de deelnemers kaderen.
Het technische aanbod bestaat uit:
Theoretische sessies
In de vorm van hoorcolleges worden de deelnemers ingelicht over de huidige problematiek:
De evolutie en huidige context van buitensporten (ethiek)
Wettelijke bepalingen inzake natuurrecreatie
Verzekeringen en buitensport
Aangezien de deelnemers in een praktische stage haast overrompeld worden met relatief onbekende
toestellen (rem, afdaler, prusik, delta, etc.) en begrippen (valfactor, statisch touw,
tyrolienne, pabsabloc, etc.), is het wenselijk dat de deelnemers op het ogenblik van de praktische stage al beschikken
over een theoretische basis. Die basis bestaat uit:
Materiaalkennis
Knopen en steken
Veilig spelen met zwaartekracht
Op maat gerealiseerd
De concrete realisatie en organisatie van de verschillende onderdelen van de opleiding kunnen
in verschillende vormen uitgewerkt worden. Theoretische sessies kunnen in de infrastructuur van
de jeugdvereniging plaatsvinden of geïntegreerd worden in een stage vanuit een bivakhuis.
Praktische stages kunnen in een trektocht of vanuit een vast tentenkamp georganiseerd worden,
waarbij de deelnemers desgewenst zelf de maaltijden kunnen verzorgen. De stages kunnen aangevuld
of voorbereid worden met een aantal ééndaagse cursussen of workshops
(ecologisch verantwoord kamperen, E.H.B.O. in afgelegen gebieden, kaartlezen en oriëntatie,...).
Met specialisten voor elk onderdeel
Elk onderdeel van de opleiding wordt verzorgd door gediplomeerde en ervaren lesgevers,
die de theorie kunnen belichten met voorbeelden uit het werkveld. Om dat ook hard te maken
bezorgen we je op eenvoudig verzoek graag een c.v. met copie van behaalde diploma's van elke
lesgever.
Vorming op maat van elke jeugdvereniging
Wij bieden in de eerste plaats een pakket aan dat aangepast is aan de specifieke situatie en
mogelijkheden binnenin elke jeugdvereniging. Dit houdt in dit dat we pas een concreet
programma-voorstel wensen te formuleren na een persoonlijk onderhoud, waar in onderling overleg
beslist worden welke onderdelen uit het totaalpakket aan bod dienen te komen.
Vervolgens wordt geheel vrijblijvend een democratische prijsopgave overgemaakt.